De Olde Coeborg ( met Kaart)
‘De Olde Coeborch’
Ook de naamgeving van de ‘Coeborch’ is een gelukkige greep. Daarbij is teruggevallen op het ‘wakend oog’ dat Kampen eeuwen geleden bezat in de richting van aartsvijand Gelderland met z’n machtbeluste hertog en enige roofridders. De Coeborch fungeerde als buitengebeuren, blokhuis van de stadsverdediging.
Zoals de naam al zegt, was ze oorspronkelijk gebouwd als waakhuis voor de koeien van de Kamper boeren. Deze dieren liepen onder toezicht van koeherders vrij rond in het aaneengesloten weidegebied, de Broeken. Veerovers, vooral Geldersen, hadden het vaak voorzien op de dieren.
Eigenlijk hebben er volgens Van Engelen van der Veen successievelijk twee koeborgen bestaan op de kruising van drie dijken. Daarom eerst iets over de dijkaanleg ten westen en zuidwesten van Kampen. Het eerst was daar de St. Nicolaasdijk, een voortzetting van de Ijsseldijk waar Kampen op lag. Op afstand zuidelijk ervan lagen de ‘bergen’ van de marke Oene zoals de Vossenbergen en de Kranenberg.
Toen de zeevloeden begonnen te stijgen werd tussen de
St. Nicolaasdijk en Oene de Zwartendijk aangelegd met een verbindingsdijk naar de Venedijk, die toen nog Ijsseldijk was. Deze verbindingsdijk, de Wilgenweg, liep door de Broeken. Op het eindpunt van de Wilgenweg, die in 1302 gereed kwam, werd de Olde Coeborch aangelegd. Dit blokhuis dateert ook uitde 14e eeuw.
Een nieuwe Coeborch
Daarbij bleef het niet. Enkele tientallen jaren later werden de Oener bergen (ook de namen St. Nicolaasberg, Oestinghwoldingerberg en Cleneberg zijn bekend) door stukken dijk verbonden. Toen werd een nieuwe verbindingsdijk met de Ijsseldijk (Venedijk) gemaakt, de latere Slaper. Dit werk moet omstreeks 1345 gereed gekomen zijn. De Wilgenweg verviel als dijk en ook de Olde Coeborch werd afgedankt. Er kwam een nieuwe Coeborch. Bijgaand kaartje, ontleend aan Van Engelen van der Veen, verduidelijkt de situatie.
Hoe zag die Coeborch eruit? Prenten ervan zijn me niet bekend, maar ds. Willen Nagge heeft er in zijn Historie van Overijssel een beschrijving uit omstreeks 1525 van gegeven. Ze lag ‘an die dijck voir Campen an de Geldersche sijt nae Hattem … daer die dijck recht uijt loopt van Camperveen nae Hattem, de ander dijck nae den Enk ende den Swarttendijck. De Enk was een watertje dat bij de Roskam (einde Hogeweg Kamperveen) lag. Een verder:
‘daer konde binnen Campen van Camperveen, Sallick ende uijttet land van Geller niet komen, het moeste daer heene’. Voor Kampen een strategisch punt dus, een wakend oog waardig.
Wachters
Nagge beschrijft ook het blokhuis zelf. Het was een hoge vierkante toren met een gracht tot aan de muur. Daarbuiten lag een ringmuur die ook uit het water oprees. Op de dijken stonden twee slagbomen, één naar Hattem en één naar de Enk. ‘5 Nachts gingen de slagbomen omlaag, zodat niemand met paard of wagen naar de stad kon. Een wachter bediende de bomen en hield toezicht.
Van het grachtwater hadden de muren blijkbaar nogal te lijden. In het jaar 1471 werd in het onderste muurgedeelte tamelijk zachte baksteen (de oven-temperaturen waren toen nog laag) vervangen door hardere natuursteen (‘grawen steene’). Toen werd ook de gracht uitgediept en schoongemaakt. Voorts werden nieuwe muren naar de dijk gebouwd en werd de toegangsbrug verplaatst van de zuidzijde naar de stadskant.
het Kamper gemeentearchief bezit in het Olt Officiatorium (1399-1535) aanstellîngsbrieven en instructies voor de bewaarders van de Coeborch. Voor de wachter was een woning ingericht. Gegevens over de verpachting van de woning in de Coeburgerschans uit de 17e en 18e eeuw zijn eveneens voorhanden in het gemeentearchief.
Wanneer de wachter onraad bemerkte, hees hij door middel van een touw en een wiel als katrol een mand op in een hoge mast. In 1522 moest de stad 11 stuivers betalen ‘voor eenen nijen corff opten Coeborch, die men optrect als men vianden siet ende voir eene nije rade’. Die vijanden belaagden vooral tijdens de oorlogen met Gelre
in de eerste helPt van de 16e eeuw de Coeborch nog al eens. Daarover volgende keer.
Zie verder het kaartje van de Coeborch:
